Gezonde Zorg

Organisatie en financiering van een kosteneffectieve,
patiënt- en zorgverlenersvriendelijke en faire gezondheidszorg
A- A A+

Bedrijfsvorm zorginstellingen v. 2.1

Inleiding

Zoals al gesteld op Marktwerking in de zorg, heeft Nederland altijd al publieke en private zorgaanbieders gekend — huisartsen, tandartsen en eerstelijns fysiotherapeuten zijn allen private aanbieders. Dat heeft nooit problemen opgeleverd, maar de vraag of ook zorginstellingen private ondernemingen zouden mogen zijn, of in de gedachten van sommigen zelfs allemaal zouden moeten worden, is een wezenlijk andere vraag.

Het primaire verschil tussen publiek en privaat is dat private instelllingen winst mogen uitkeren aan hun aandeelhouders. Enige winst maken doen alle zorginstellingen als het goed is — een ernstig verlieslijdende zorginstelling is immers niet levensvatbaar. Maar winst uitkeren aan aandeelhouders kan van een andere orde zijn, omdat dat roofbouw door de aandeelhouders in de hand zou kunnen werken. Met gevolgen voor de kwaliteit van zorg.

De onderhavige vraag wordt het best opgesplitst in twee deelvragen:

  1. Zouden nieuwe zorginstellingen private ondernemingen mogen zijn c.q. zouden nieuwe private zorginstellingen toegelaten moeten worden?
  2. Zouden bestaande (semi)publieke zorginstellingen geprivatiseerd moeten/mogen worden?

Om deze vragen goed te kunnen beantwoorden dienen eerst enkele algemene principes besproken te worden.

Kosteneffectiviteit hoeft niet te verschillen

De kosteneffectiviteit van zorginstellingen gaat in de nabije toekomst bewaakt worden door middel van uitkomstfinanciering of een andere behoorlijke vorm van kosteneffectiviteitsmanagement. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen private en publieke zorginstellingen.

Private instellingen zullen dus alleen winstgevend kunnen blijven als ze de kwaliteit van zorg op een voldoende niveau houden. Doen ze dat niet, dan zullen de zorgfinanciers (zorgverzekeraars en overheid) geen zaken meer met ze willen doen.

Risico op roofbouw

Roofbouw bestaat eruit dat een investeerder een in financiële moeilijkheden verkerende zorginstelling opkoopt, tegen een zeer lage prijs als er geen andere gegadigden zijn, en na de aankoop de instelling doorverkoopt, meestal in onderdelen. Die onderdelen kunnen uit o.a. zorgdisciplines en het onroerende goed bestaan.

In het regeerakkoord van eind 2012 is opgenomen dat winstuitkering aan de aandeelhouders alleen mogelijk is bij surpluswinst boven de 20 procent solvabiliteit en alleen bij winst uit reguliere exploitatie.

Of dat een waterdichte garantie is is niet duidelijk, maar het is wel duidelijk dat roofbouw erdoor heel moeilijk wordt. Het risico daarop moet dus als hoogstens klein worden ingeschat.

Onduidelijkheid over de opbrengsten

Er lijkt weinig kennis over de waardebepaling van zorginstellingen te zijn (1). Zo lijken de IJsselmeerziekenhuizen/het Zuiderzeeziekenhuis en het Amsterdamse Slotervaartziekenhuis voor weinig geld verkocht te zijn.

En als de waarde op een behoorlijke manier bepaald is, is de vraag welke partij van de verkoop zou moeten profiteren, uitgaande van een financieel gezonde publieke instelling. De instellingen zijn vaak stichtingen, maar zijn meestal gebouwd met publieke middelen (1).

Beperkte noodzaak

Het argument dat alle zorginstellingen geprivatiseerd zouden moeten worden omdat banken ze geen geld meer zouden willen lenen houdt geen stand. Zorginstellingen kunnen namelijk ook vastrentende leningen uitschrijven (1). Weliswaar zijn de rendementen dan meestal niet hoog voor de inschrijvers, maar door de vastrentendheid worden het wel leningen met een grote mate van beleggingszekerheid.

Verder lijkt het niet erg waarschijnlijk dat als de zorgfinanciers achter het (nieuwe) businessplan van de zorginstelling staan, banken nog steeds geen krediet zouden willen verstrekken.

Daartegenover staat dat er zorginstellingen zijn (geweest) die aan de rand van het faillisement staan (stonden), door financieel mismanagement, kwalitatief mismanagement of overbodigheid. En gezien dat het de overheid en zorgverzekeraars meestal aan kennis en kunde ontbreekt om als bestuur te kunnen fungeren van (multidisciplinaire) zorginstellingen, zal men soms wel moeten verkopen aan een private zorgondernemer.

Er is dus een beperkte noodzaak tot privatisering.

Spoedeisende hulp

Een aparte categorie binnen de zorginstellingen vormen de algemene ziekenhuizen, vanwege de tijdige bereikbaarheid van spoedeisende hulp. Bij de privatisering van zulke ziekenhuizen zou die bereikbaarheid te allen tijde gegarandeerd moeten blijven.

Conclusies

Het bovenstaande leidt tot de volgende conclusies:

  1. Er is geen standhoudend principieel argument tegen privatisering van zorginstellingen, en nog minder tegen toelating van nieuwe private zorginstellingen.
  2. Er is ook geen standhoudend argument voor privatisering van alle bestaande publieke zorginstellingen.
  3. Er zal soms gekozen moeten worden om zorginstellingen te verkopen aan private investeerders, op grond van zware verliesgevendheid, slechte kwaliteit of overbodigheid.
  4. Bij die verkoop dient de verkoopprijs wellicht beter onderzocht te worden, evenals aan wie het ermee verdiende geld toe komt te vallen.
  5. Bij de privatisering van algemene ziekenhuizen dient de tijdige bereikbaarheid van spoedeisende hulp gegarandeerd te worden.

Referenties

  1. Van der Veen, E. Idee winstuitkering in zorg is verouderd. Skipr, 2 mrt 2012 (volledige tekst ).

Versiehistorie

Eventuele honderste versie-updates worden niet gespecificeerd; zie voor meer informatie Introductie. De woordafbreking op deze site is geautomatiseerd. Dat systeem heeft echter beperkingen en varieert met de ingestelde lettergrootte. Reacties zijn welkom op . Voor verdere contactinformatie zie Colofon/contact/CV. Deze site is gecreëerd door Frank Conijn.